Boom van kennis

Een wolk van onvermogen en tekort
hangt boven me, en trekt de vreugde uit mijn leven
Ik heb het beste van mezelf al weggegeven,
vindt U ’t goed als ik mijzelf hier voor U stort?

‘Uw genade is genoeg’ heb ik gezongen,
toch eet ik liever van de boom van goed en kwaad;
kijk ik boos naar hoe ’t buiten de lijntjes gaat,
zit ik liever in mijn kadertjes bedwongen;

Heer, hier ben ik met mijn zelfbedachte zonden.
De slang blaast sluw zijn wolkjes om mijn hoofd:
heb ik dan toch niet ├ęcht in U geloofd?
Ben ik als oudste zoon nog steeds niet teruggevonden?

Een vaderstem klinkt: IK zie geen tekorten!
IK heb z’in Christus voor jou aangevuld.
Nee, kind, jouw hart is niet voor mij verhuld,
maar ‘k zie mijn Zoon, die eens zijn bloed kwam storten