Mama in de spiegel

Wat kan ik toch ontzettend met mezelf bezig zijn! Als ik een boek wilde schrijven over mijn zieleroerselen en hersenspinsels, kon ik er een serie van maken die zou kunnen wedijveren met een volledige wetenschappelijke encyclopedieënreeks. Zelfreflectie is de gave, maar ook de vloek van onze generatie, en hierin vorm ik geen uitzondering op de regel. Als er een studie navelstaren voor moeders bestond, was ik daar cum laude afgestudeerd. Met een specialisatie in hopeloze cirkeltjes.

Ik heb de laatste tijd veel in de spiegel gekeken. Een spiegel die dingen liet zien die een ander niet ziet; die de kleinste imperfecties en de zwartste kanten van mijn karakter uitlicht.

Met een huis vol ingewikkelde levende verhalen is het soms zo verleidelijk om al die beperkingen naar jezelf toe te trekken. Als je kind faalt, faal je zelf.
Als je kind weigert, is dat jouw schuld. Als je kind over grenzen gaat, is dat omdat jij het hem niet goed genoeg hebt duidelijk gemaakt waar die liggen.
Als je kind verdrietig is, is het jouw plicht en verantwoordelijkheid om hem weer te laten lachen.

Als ik in de spiegel kijk, zie ik een hopeloos imperfecte moeder. Eén die óók niet altijd haar best deed op school, dus hóe kan ze van haar kinderen anders verwachten? Eén die altijd geneigd is om op te geven, dus hoe kan ze van haar zoon die zo op haar lijkt vragen om door te zetten?

Kinderen zijn een spiegel. Een spiegel die het beeld soms vervormt, net als zo’n gebobbelde lachspiegel in het pretpark. Net zo goed als je eigen zelfbeeld niet altijd de werkelijkheid weergeeft. Maar in welke spiegel zou ik dan moeten kijken? Want in welke ik ook kijk, het is toch nooit perfect.

Zou het niet handig zijn om in een beslágen spiegel te kijken? En dat je dan met een droge doek alleen de stukjes droog zou vegen die je eventueel nog wel wil zien? En dat je op een goeie dag misschien iets meer zou durven droogmaken, en op een slechte zo weinig mogelijk?

“Want het woord van God is levend en vol van kracht. Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard, het dringt zo diep door dat het alles in ons van elkaar lossnijdt, zelfs onze diepste gedachten en verlangens. Daardoor wordt duidelijk wie wij werkelijk zijn.”

Hebreeën 4:12 – ‘Het Boek’

Als ik de waarheid over mezelf wil weten, moet ik bij Jezus zijn. Dat weet ik diep van binnen. Het Woord van God laat me zien hoe ik in elkaar steek.
Het is een gladde spiegel, die alle imperfecties haarfijn laat zien, en verborgen motieven blootlegt. Het Levende Woord, Jezus, is zo perfect, daar val ik bij in ’t niet. Als ik mezelf in die spiegel bekijk, ben ik compleet ongeschikt en onwaardig. Misschien beter om die Bijbel in de vuilnisbak te gooien.

Of is het misschien beter om wél naar Hem te kijken?
Hij veegt die spiegel wel schoon, want Hij speelt niet graag verstoppertje. Maar met één hemelhoge daad van liefde en opoffering veegt hij ook mijn imperfecties weg. Ik kan er niet bij. Maar aanvaard maar weer opnieuw die grote, onbegrijpelijke genade.
En bid dat als mijn kinderen in míjn spiegel kijken, ze een glimp kunnen opvangen van dat grootse, dat wonderbaarlijke geschenk dat mij gegeven is. Genade van God.