Als mama zelf niet verder kan

Je rent je rot, je regelt je suf. Je pleegt telefoontjes, mailt en mailt en mailt opnieuw. Je bent je boos maar je blijft vriendelijk, je wordt toch boos en jankt je ogen er uit.
Je staat op voor dag en dauw, smeert boterhammen en zet drinken en andere proviand per kind op maat op een rijtje klaar. Je sust ruzies, speelt scheidsrechtertje, praat met chauffeurs, docenten en mentoren, regelt schoolspullen, kaft de boeken en neemt af en toe een slok koffie om het vol te houden.
En ondertussen vertel je je kinderen: Alles komt goed! Goed je best doen, ik ben trots op jou!

Moeders zijn rare wezens. Ze gaan door tot het gaatje, en laten niet los. Logica en rede staan vaak haaks op de neigingen van het moederhart, dat soms ook blind is voor het pedagogisch wenselijke. Tot er, onvermijdelijk, dat moment komt dat ze keihard tegen de muur lopen. Want als er één ding (onder de ontelbare dingen waar ze experts in zijn) is dat ze niet kunnen, is het: loslaten. Dus zeulen ze die veel te zware last gewoon mee. En dan komt er een moment, dat mama niet verder kan.

Gisteren las ik een artikel over curlingouders; het soort ouder dat alle problemen op de weg van hun kind wil wegvegen. Een pedagoog kaartte het fenomeen aan – iets wat al meer mensen hebben gedaan overigens – als iets zorgwekkends. En de pedagoog in mij roept: EENS! Je kind móet ook leren op eigen benen te staan, en dat gaat niet als jij hem blijft dragen.
Dat je-rot-rennen is goed en nodig, tot op zekere hoogte. Je vertelt je kind: het komt goed. En vervolgens zorg je daar zélf voor. Door ze alles uit handen te nemen, door ze alles voor te kauwen, of door overal bovenop te zitten. Ik doe dat. Want de moeder in mij (en zit er nog een mij in die moeder?) wil dat er geen mislukkingen, falen, of teleurstellingen in het leven van haar kinderen voorkomen.

Maar vanochtend dacht ik plots aan die doodlopende weg. Door het gevecht met de situatie van mijn jongste – nieuwe school, hoe gaat dat, taxi-perikelen enzo – loop ik op mijn eindje en zie ik dat bord met dat veelzeggende rode blokje erop als het ware vlak voor me opdoemen.
Naast moeder en amateurpedagoog ben ik ook nog gewoon mens. En dan ook nog een hooggevoelig exemplaar. Helaas, of misschien gelukkig, komt er steeds weer een moment dat ik niet verder kan. En dan moet er dus wat ballast overboord, ander zink je geheid.

We zijn verantwoordelijk voor ons ouderschap. Maar wij zijn niet verantwoordelijk voor de loop en het succes van het leven van onze kinderen. En ik denk dat daar een sleutel ligt: als je jouw stukje hebt gedaan, moet je het loslaten. Al gaat het kind dan linea recta op z’n snufferd.
Het lastige met dat zien van je verantwoordelijkheden en het loslaten van datgene dat daar níet onder valt, is dat dat steeds weer bijgesteld moet worden. Het is voor ons, moeders, zo heerlijk en natuurlijk om onze kleintjes lekker te vertroetelen en als het misgaat ze tegen ons aan te drukken. Maar werkt dat ook nog als ze twaalf zijn?

De vraag is: gun je je kind zijn eigen kracht en vermogen om weer op te staan, en een nog belangrijker vraag: vertrouw je hun Maker genoeg om hen aan Zijn exclusieve zorg en toezicht over te geven?
Want dat is echt mijn overtuiging: als christenouder heb je deze enorme zekerheid: er ís Iemand die op je kinderen let. Die hen zag vanaf hun vormeloos begin. Die ook jóuw dagen heeft opgeschreven. (Psalm 139)
Er is Iemand die het `doodlopend’ bord uit de grond kan trekken en een weg baant door de wildernis. Een weg die vaak een heel andere kant op gaat dan je had kunnen bedenken.

Als je niet verder kan, dan is het misschien tijd voor een andere weg. Misschien wel één waarop je alleen maar met een lichtere rugzak kan lopen; en hoe dan?
We zijn nog wel even onderweg, en zullen nog wel vaker een ongewenst verkeersbord of een rare splitsing tegenkomen. En soms is de weg te vol kuilen en plassen om er nog hard te kunnen lopen; soms moet je gewoon rustig aan en genieten van het landschap. Wedden dat we dan over een poosje al verder zijn dan we ooit dachten te kunnen komen?

“Ja, Ik zal een weg aanleggen in de woestijn,
rivieren in de wildernis.”

Jesaja 43:19
Advertenties